Stichting Behoud Nederlands Ind(ones)isch Cultureel Erfgoed (B-NICE)
Shakti Samkhya Goena goena Triloka Nawa Sanga Shiva Lingam

Shakti & goena goena (guna²)

Deze pagina bundelt een Javaans hindoe-boeddhistische duiding van kosmische schepping en ordening: Shakti en Samkhya, de drie guna’s (Satva, Rajah, Tamos) — in volksmond goena goena — de drie werelden van de Triloka (Swah, Bwah, Bhur), de Nawa Sanga en de Shiva Lingam als polysymbool.

In dit hoofdstuk: Goena goena & Trimurti • Shakti • Triloka • Nawa Sanga • Shiva Lingam (lingam & yoni)

Kejawèn als bedding

Indonesische spiritualiteit wortelt in animisme en voorouderverering. Met de komst van hindoeïstisch-boeddhistische invloeden ontstond een vermenging waaruit het Kejawèn is voortgekomen — met vele stromingen en accenten.

Een korte omschrijving (Wikipedia):

“De aanhangers van kejawen zoeken naar evenwicht en het ‘ik’. Daarbij staat gemoedsrust centraal. In de zoektocht naar innerlijke harmonie streven zij een metafysisch evenwicht in zichzelf na. Ook harmonie met het universum en een veronderstelde almachtige god zijn belangrijke elementen.”

Binnen de Javaanse context zijn hindoeïsme en boeddhisme historisch sterk verweven (o.a. verwoord in teksten als de Sutasoma: de waarheid van “Jina” en “Siwa” als één).

Shakti en de Samkhya-ontstaansfilosofie

In de Samkhya-ontstaansfilosofie is de kosmos voortgekomen uit een “kosmisch ei”: een oervorm waarin de mogelijkheden van schepping besloten liggen. Aan de bron liggen twee principes: een mannelijke en een vrouwelijke energie. De mannelijke energie wordt Purusha genoemd (de observator), de vrouwelijke energie Prakṛti of Shakti (de scheppende kracht).

Bij iedere creatie manifesteert zich een oervoorbeeld van intelligentie: Māhad (ook wel Buddhi), de kosmische blauwdruk. Daaruit ontstaat de individuele samenstelling: Ahamkāra (als “ik-structuur”, individualiserend principe).

Samengevat:
  • Purusha observeert (passief principe)
  • Prakṛti/Shakti creëert (actief scheppend principe)
  • Māhad/Buddhi = kosmische intelligentie / blauwdruk
  • Ahamkāra = individuele vorming / ik-structuur

(archief/achtergrond): Open link.

Goena goena (guna²): Satva, Rajah en Tamos

De Shakti creëert met drie “attributen” die in elke manifestatie aanwezig zijn: de guna’s. In de Maleise spreektaal wordt het meervoud soms herhaald: “guna-guna” — in Indo-spraak: goena goena.

De drie guna’s:
  • Satva — het organische, bewustzijn en kernvermogen (affectie, cognitie, senso-motoriek)
  • Rajah — kinetische energie, beweging, dynamiek
  • Tamos — materie/elementen: ruimte/tijd, lucht, vuur, water, aarde

Binnen deze duiding zijn Satva en Tamos “passief” en hebben ze Rajah (beweging/energie) nodig om zich te kunnen manifesteren.


Trimurti als leeswijze van guna’s

Volgens het Tantrisch Hindoe-Boeddhisme, worden de guna’s ook verbonden met de Trimurti: Brahma (scheppend/organisch), Vishnu (onderhoudend/kinetisch) en Shiva/Mahesha (transformerend/destructief; de elementen). Deze drie worden gezamenlijk gedacht en verbeelden de voortdurende kosmische balans.

Aum / Ohm: het kosmische oergeluid wordt in jouw tekst verbonden met de guna’s als “uiting” van scheppende energie.

Keris als polysymbool van schepping

Vanuit deze lezing ontstaat een krachtige gedachte: als er een object bestaat waarin Shakti én de guna’s “vertegenwoordigd” zijn, dan draagt het een scheppend principe in zich. Jij verbindt dat aan de Shiva Lingam en aan keris-symboliek.

Interpretatie-lijn die je uitwerkt:
  • Lingam & yoni als kernsymboliek (mannelijk/vrouwelijk)
  • De drie guna’s als noodzakelijke volledigheid van het symbool
  • Keris-elementen (o.a. blumbangan/sogokan; cicak; peksi/ukiran; greneng) als dragers van meerdere lagen

Dit is een interpretatie van een polysymbool is: geen “absolute waarheid”, maar een gelaagde verklaring vanuit Javaans hindoe-boeddhisme en Shakti-duiding.

De drie werelden: Triloka

De Triloka beschrijft de kosmische plaats van wezens en krachten: Swah (hemel, goden), Bwah (onze wereld, mensen en geesten) en Bhur (onderwereld, demonen). Het spanningsveld tussen Swah en Bhur speelt zich af in Bwah: de arena van keuzes, strijd, ethiek en ontwikkeling.

Triloka in één oogopslag:
  • Swah — hemel / goden / kosmische orde
  • Bwah — wereld van mensen en geesten (het “middengebied”)
  • Bhur — onderwereld / demonische krachten / destructieve druk

De historische route (Tarumanagara / Purnawarman / vroege brahmanen) als kader om te begrijpen hoe Vedische tradities zich in Indonesië konden wortelen en zich eigen vormen ontwikkelden.

Nawa Sanga: het spirituele kompas

De Nawa Sanga (ook wel Nawa Mandala) geeft een kosmologische ordening in richtingen: acht richtingen met acht goden rondom Shiva, met Brahma en Vishnu in een vaste positionering. De assen (berg–zee, zonsopgang–zonsondergang) dragen kleuren en functies.

Waarom het belangrijk is:
  • Het is de “fysieke” uitbeelding van het spirituele kompas.
  • Het vormt een basis om ruimte/woonplaats ritueel in te delen (9 zones).
  • Offers en aanroepingen richten zich op balans in alle richtingen/velden.

Je verbindt dit ook met huisindeling (o.a. sanggah/kemulan, aling-aling, bale-bale, natah) en met de centrale plek van heiligheid versus “openbare” zone.

Mahabharata, Ramayana en Dharma

In jouw benadering zijn Mahabharata en Ramayana meer dan verhalen: ze verbeelden het spanningsveld tussen Swah en Bhur dat zich afspeelt in Bwah. Figuren bewegen tussen goed en slecht, tussen verheffing en val — en tonen dat het morele pad (dharma) een keuze is.

Moksha (nirvana):

Het doel van het bestaan is uiteindelijk bevrijding: vrijheid, zelfs voorbij tegenstellingen als goed/slecht en gehechtheid/afkeer.

Je gaf ook uitgebreide lijsten van bewoners/figuren (Swah: goden; Bwah: geesten en “tot god geworden” mensen; Ramayana-personages), die we desgewenst op een aparte subpagina of uitklap-sectie kunnen zetten als “naslag”.

Offers, elementen en de Ghanta

Offeren is binnen Indonesische spiritualiteit een sleutelpraktijk om harmonie en bescherming te ondersteunen. In jouw uitleg sluit dat aan bij de vijf elementen (ruimte/tijd, lucht, vuur, water, aarde) en hun “goena’s” als praktische geheugensteun: geluid (Ghanta), wierook, vuur/kaars, water, rijst/aarde — aangevuld met voedsel en intentie.

Praktische scherpte (zoals jij het formuleert):
Alleen “even wierook” (zeker chemisch) en “wat olie smeren” is binnen deze traditie geen volwaardige handeling. Het geheel vraagt richting, balans en verantwoordelijkheid.

De Ghanta verschijnt hier als heilig object dat zuivert, beschermt en aanroept — een “stem” die negatieve energie verjaagt en positieve energie voedt, precies omdat we in Bwah leven tussen Swah en Bhur.

De Shiva Lingam: lingam & yoni

Lingam en yoni vormen het centrale symbool van de Samkhya-ontstaansfilosofie: mannelijke en vrouwelijke energie als bron van schepping. Waar dit in het Westen vaak erotisch wordt gelezen, is het in jouw duiding primair spiritueel en kosmologisch.

Kernidee:

De mannelijke energie (Purusha) “voedt” het proces; de vrouwelijke energie (Prakṛti/Shakti) creëert. De creatie uit zich in het oergeluid AUM/OHM en manifesteert via Mahad (blauwdruk), Ahamkāra (individu) en de drie guna’s.


Shiva-verering via de Pindi

Shiva wordt aanbeden via de Pindi/Shiva Lingam. In ritueel gebruik worden water/melk/ghee en bloemblaadjes of rijst geofferd; de vloeistof stroomt via de yoni naar buiten en wordt gezien als “gestraald” water (in jouw praktijk o.a. geschikt om een keris te reinigen). De mantra die je noemt: “ohm Namaha Shivanya”.

Pancasila (oorsprongsidee in jouw tekst): de vijf regels van deugdzaamheid (niet doden, niet nemen, geen seksueel wangedrag, correct spreken, geen verdovende middelen).

Lingam-stenen en “kosmisch ei”

Je beschrijft ook de lingam-stenen uit de Narmada-rivier als kosmische eieren (brahmāṇḍa) en verbindt die met natuurlijke vorming, geleiding en zuiverende vibratie. In die lezing bevordert de steen het energieniveau en ondersteunt hij balans en doorstroming.

Belangrijk: dit is een traditioneel-ervaringsgerichte interpretatie (vibratie/werking). Beleving kan per persoon sterk verschillen.

Slot: één kosmische grammatica

Samkhya, Shakti, guna², Triloka, Nawa Sanga en de Shiva Lingam beschrijven samen één “grammatica” van kosmische ordening: schepping, balans, beweging en transformatie. Binnen Javaans hindoe-boeddhisme krijgt die grammatica een eigen accent, verweven met animistische voorouderkracht, ritueel, offers en het leven in het middengebied van de Bwah.

Vervolg:

De volgende pagina (“Edelstenen & de werking”) sluit hier logisch op aan, omdat jij edelstenen, pamor en het spiritueel kompas in één lijn zet: toevalspatroon als “gift”, bescherming, doorstroming en richting.