Een rijk dat groter werd dan zichzelf
Majapahit behoort tot de meest legendarische hoofdstukken van de Indonesische geschiedenis. Het was een rijk dat op zijn hoogtepunt een groot deel van de archipel én delen van het huidige Maleisië domineerde. Het onderhield relaties met Champa, Cambodja, Siam, Birma en Vietnam, stuurde missies naar China en had invloed op de handelsroutes die door de archipel liepen.
De wereld van Majapahit kennen we vooral via twee grote bronnen: de Pararaton (“Boek der Koningen”) en de Nagarakertagama, geschreven in het Kawi. Daaruit rijst het beeld op van een samenleving waarin macht niet los stond van kosmologie: de vorst was geen “politicus” in moderne zin, maar een drager van orde. Het koningschap weerspiegelde Gods plaats in de kosmos.
Zelfs de naam Majapahit draagt symboliek: hij verwijst naar de “Maja”-boom, die in de Shaivistische context als heilig wordt gezien.
Vlag en tekenen van macht
De rood-wit gestreepte Majapahitvlag — die vandaag nog door de Indonesische marine wordt gebruikt — wordt verbonden aan de vroege overwinning van Raden Wijaya en verschijnt in de Butak-inscriptie (1292). Het is één van de “benda” die Majapahit onmiddellijk herkenbaar maakt: symbolen die politieke kracht, legitimiteit en ceremonieel gezag samenbrengen.
Baksteen, paviljoens en een hofcultuur
De hoofdstad Wilwatikta stond bekend om grote religieuze festivals. Shaivisme en boeddhisme werden naast elkaar beoefend en kregen gelijke status. Architecten werkten veel met baksteen en gebruikten een mortel op basis van wijnstoksap en palmsuiker. De hofpaviljoens (pendopo) worden uitvoerig beschreven in de Nagarakertagama en Majapahit-architectuur werd later een fundament voor de Balinese tempelbouw.
De koningen van Majapahit
Raden Wijaya: stichting door list en timing
Raden Wijaya (Kerjarajasa Jayawarddhana) geldt als stichter van Majapahit. Zijn opkomst is direct verbonden met het moment waarop Java te maken kreeg met de Yuan-dynastie. Wijaya sloot zich aanvankelijk aan bij de Yuan-troepen om Jayakatwang (een rebel uit Kediri) te verslaan. Zodra Jayakatwang was gevallen, draaide Wijaya echter het spel om: met een verrassingsaanval dwong hij de Yuan zich terug te trekken. De moessonwinden speelden daarbij mee — wie te laat vertrok, miste de “weg naar huis”.
Om zijn dynastieke positie te verankeren trouwde hij met de vier dochters van Kertanegara: Tribhuvana, Prajnaparamita, Narendra Duhita en Gāyatrī Rajapatni. Daarnaast trouwde hij met Indreswari (prinses van Dharmasraya), die hem een zoon Jayanegara schonk; Gāyatrī Rajapatni schonk hem een dochter Tribhuwana Wijayatunggadewi.
Na zijn dood werd hij afgebeeld als Harihara, geflankeerd door zijn twee belangrijkste pramesvari (koningin-gemalinnen), Gāyatrī en Tribhuvana.
Devarāja: koningschap als kosmische functie
Koningen werden gezien als vertegenwoordiger van God (Shiva) op aarde, met een opdracht: het handhaven van dharmische wetten. Wanneer een heerschappij als rechtvaardig werd beschouwd, kon de ziel na de dood verenigd worden met een aspect van God (bijvoorbeeld Shiva-Mahadeva, Vishnu of Harihara) en werd de vorst vereerd in een dodentempel.
In dit kader speelde de linga een centrale rol: niet alleen als religieus symbool, maar als drager van legitimiteit en “kosmische verbinding”. Het koningschap werd daarmee letterlijk ingebed in ritueel, bergsymboliek en een priesterlijke overdracht.
Gāyatrī Rajapatni: macht, terugtrekking en nalatenschap
Gāyatrī Rajapatni was koningin-gemalin van Raden Wijaya en dochter van Kertanegara. Haar naam verwijst naar Gāyatrī, godin van de mantra’s. “Rajapatni” betekent “Raja’s gemalin” — het koninklijk paar werd vergeleken met Shiva en Parvati.
Ze behield invloed tijdens het bewind van haar man en later onder Jayanegara. Op een bepaald moment trok ze zich terug als bhikkuni (boeddhistische non). Na de dood van Jayanegara (1328) liet ze haar dochter Tribhuwana Wijayatunggadewi regeren. In latere verbeelding verschijnt Gāyatrī als Prajnaparamita.
Jayanegara: een omstreden tussenfase
Jayanegara was Wijaya’s zoon en opvolger. Zijn naam wordt uitgelegd als jaya (“glorieus”) + nagara (“stad/natie”): “glorieuze natie”. In de overlevering krijgt hij een reputatie van immoraliteit en politieke spanningen. Tegelijkertijd is zijn periode ook de tijd waarin een nieuwe kracht opkomt: Gajah Mada.
Tribhuwana Wijayatunggadewi: uitbreiding en voorbereiding
Tribhuwana Wijayatunggadewi werd de derde vorst van Majapahit. Met steun van haar premier Gajah Mada streefde ze naar uitbreiding. In 1343 werd Bali veroverd. Haar neef Adityawarman werd naar Sumatra gestuurd om het Melayu-gebied te consolideren en werd daar Uparaja (lagere koning). Later deed zij afstand van de troon ten gunste van haar zoon Hayam Wuruk.
Gajah Mada: de eed en de expansie
Gajah Mada was mahapatih (premier) en de figuur die Majapahit naar zijn hoogtepunt bracht. Hij werd geboren als gewone burger (Mada), werd commandant van de Bhayangkara (elitewacht), en groeide uit tot de spil van het rijk.
Bij zijn benoeming legde hij de Palapa-eed af: hij zou zich onthouden van aardse genoegens tot hij de archipel had verenigd onder Majapahit. De veroveringen die met zijn periode worden verbonden omvatten Bali, Lombok, West-Sumatra, Bintan, Temasek (Singapore), Melayu en Kalimantan, en confrontatie met Pasai.
Op Java bestond een Ganapatya-traditie; Gajah Mada wijdde zich aan Heer Ganesha en nam de naam “Gajah” (olifant) aan. Zijn strijdvlag droeg een geborduurde gouden olifant. In dezelfde periode wordt de integratie van Ramayana en Mahabharata in Java via wayang kulit steeds sterker zichtbaar.
Het Bubat-incident: prestige dat breekt
In 1357 was Sunda (West-Java) het enige koninkrijk dat niet onderworpen was. Hayam Wuruk wilde trouwen met prinses Dyah Pitaloka Citraresmi. Op het Bubat-plein ontstond een conflict over status en protocol — alliantie versus onderwerping — en dat escaleerde tot de Slag bij Bubat. De Soenda-koning werd gedood. Het gevolg was groot: het prestige van Majapahit liep schade op, en Gajah Mada werd gedegradeerd. Hij bracht de rest van zijn dagen door op zijn landgoed Madakaripura (Probolinggo).
Hayam Wuruk: cultuur op zijn hoogste punt
Hayam Wuruk besteeg de troon in 1350, op 16-jarige leeftijd. Hij wordt beschreven als knap en talentvol, bedreven in boogschieten en schermen, vaardig in politiek, geschriften, kunst en muziek, en bekend als ceremoniedanser.
Onder zijn bewind bereikte Majapahit een culturele hoogte: religieuze, artistieke en intellectuele uitwisseling met andere hindoe-boeddhistische koninkrijken in Dvipantara bloeide. Spiritualiteit, kunst en hofcultuur kwamen samen in een verfijnde beschaving.
Binnenlandse breuklijnen en burgeroorlog
Terwijl het rijk groot was, werden de randen onrustig. In de kuststeden groeide de invloed van buitenlandse moslimkooplieden. Economie en ideologie begonnen samen te werken: wie rijk werd in de specerijenhandel kon nieuwe loyaliteiten smeden, en sommige prinsen konden zich met nieuwe titels en bondgenootschappen losmaken van het hof.
Na Hayam Wuruk werd de opvolging een strijd. Prinses Kusumawardhani (gehuwd met Wikramawardhana) en prins Wirabhumi kwamen tegenover elkaar te staan. De Paregreg-oorlog (1405–1406) eindigde met de overwinning van Wikramawardhana; Wirabhumi werd onthoofd.
Het einde van Majapahit en de uittocht
De combinatie van interne conflicten en de groei van machtige kuststeden maakte Majapahit kwetsbaar. Moslimnederzettingen aan de noordkust werden steeds invloedrijker; handel werd politiek, politiek werd oorlog. Uiteindelijk werd Majapahit in 1527 verslagen.
In die periode begon een grote verplaatsing van kennis: priesters, geleerden en intellectuelen trokken weg naar veilige gebieden in Oost-Java. Later namen loyalistische edelen en priesters geschriften, rituelen en hofcultuur mee naar Bali. Bali werd een toevluchtsoord waar veel Majapahit-erfenis opnieuw wortel schoot.
Blambangan: een laatste hindoeïstisch bolwerk
Rond deze overgangsjaren ontstonden nieuwe machtscentra. Na de val van Daha (bij Kediri) in 1527 werd Blambangan gesticht met hoofdstad Banyuwangi. Oost-Java bleef nog lang hindoeïstisch; Blambangan verloor pas in de 17e eeuw politieke onafhankelijkheid, en de regio werd pas aan het einde van de 19e eeuw grootschalig geïslamiseerd.
Keris en onzekere tijden
In deze periode droegen mannen de keris als religieus wapen en statussymbool. Juist in tijden van breuk en gevaar werden wapens, tekens, ritueel en identiteit hechter met elkaar verweven. De verfijning van de keris en de ontwikkeling van veel attributen “zoals we die nu kennen” worden vaak aan deze overgangsperiode verbonden.
Twee profetieën op Java
In de Javaanse overlevering leven ook profetieën die deze tijd kleuren. Sabdapalon voorspelde dat hij na 500 jaar zou terugkeren om hindoe-boeddhistische Javaanse religie en cultuur te herstellen in een periode van corruptie en rampspoed.
Jayabaya (Kediri) wordt geciteerd met een profetie: “De Javanen zullen drie eeuwen lang worden geregeerd door blanken en door gele dwergen gedurende de levensduur van een maïsplant (een jaar) voorafgaand aan de terugkeer van de Ratu Adil…”
In latere interpretaties wordt dit gekoppeld aan de Nederlandse periode (vanaf 1610) en de Japanse invasie (1942).
Renaissance op Bali
Na de val van Majapahit arriveerde de wijze Nirartha op Bali. Hij werd hervormer en organiseerde de hindoeïstische dorpsgemeenschap als microkosmos. Een belangrijk zichtbaar spoor is het padmasana-heiligdom, dat vandaag overal op Bali terug te vinden is.
In de 15e eeuw werd de hoofdstad verplaatst naar Gelgel (Klungkung). Gelgel werd spiritueel centrum; heersers werden “Dewa Agung” genoemd als voortzetting van het devarāja-principe. In dezelfde tijd werden complexe doodsrituelen, offers en hoge ceremoniële taal verfijnd. Hofambachtslieden, beeldhouwers, schrijvers, dichters, schilders en architecten gaven vorm aan een Balinese renaissance waarin Majapahit-erfenis voortleefde en zich vernieuwde.
De saka-kalender werd gecombineerd met de Balinese 30-weekse wuku-kalender. Negen grote beschermende tempels kregen een centrale rol, met Pura Besakih als moedertempel. Gelgel bleef centrum tot de Nederlandse onderwerping (1906–1908) en behield nog lang autonomie.
Tekst in huisstijl (educatie/duiding) voor plaatsing op B-NICE.